29-04-11

Recht van antwoord verschenen in De Standaard

standaard.jpgDe krant "De Standaard " publiceert vandaag op pagina 12 mijn recht van antwoord op het beruchte Bart Brinkman-schandaalstuk van 19 februari. Na briefwisseling met de krant en overleg met mijn advocaat werd mijn stuk gevoelig ingekort, omdat de wetgeving op het recht van antwoord nogal strikt en beperkt is. Daarmee gaat natuurlijk ook een flink stuk van de argumentatie verloren. Wie meer wil weten verwijs ik graag naar de reeks "de onwaarheden van Bart Brinkman", op deze blog in 8 delen verschenen tussen 16 februari en 18 maart 2011.

Vandaag publiceert dezelfde krant trouwens ook het recht van antwoord van Wim Verreycken. Brinkman had immers beweerd dat Wim destijds het ontslag van Marie-Rose uit de partij geëist had, waar uiteraard niets van aan was, integendeel.

vb foto's 009.jpgEén en ander zet het gedane kwaad uiteraard maar een heel klein beetje recht. We kunnen alleen maar hopen dat de betrokken journalist diep in zijn hart beschaamd is over zijn vuilspuiterij over iemand die zich niet meer verdedigen kon, een week na de begrafenis van Marie-Rose. En dat hij ook beseft dat zijn eminente bron een lafaard en een leugenaar is.

Hieronder wat "De Standaard" vandaag publiceert:

 

 

 

Recht van antwoord van Frank Vanhecke en Marie-Rose Morel (+)

Het artikel 'In de ban van de People's Princess' van 19/2/2011 bevat een hele reeks fouten die volgende rechtzetting noodzakelijk maken.

Er wordt beweerd dat ondervoorzitster van het Vlaams Parlement en Dewinter-getrouwe Marijke Dillen de kerk werd uitgezet bij de begrafenis van Marie-Rose Morel.  Het klopt enkel dat er voor Marijke Dillen geen voorbehouden ereplaats was. Er waren ook geen voorbehouden plaatsen voor de duizend mensen die de kerk niet binnen raakten, noch voor de overgrote meerderheid van de 1500 mensen die wél was binnengeraakt en waarvan een groot deel moest rechtstaan. Niemand werd uit de kerk gezet.

Er wordt ook beweerd dat Marie-Rose 'behaagziek en narcistisch' was en 'alle aandacht naar zich wilde toetrekken'.  Laat mij dus één voorbeeld geven van het échte politieke leven van Marie-Rose Morel:

In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2006 organiseerde Marie-Rose een reeks “vrouwenavonden” om vrouwen ervan te overtuigen bij die verkiezingen op de Vlaams Belang-lijsten te staan. Naar de buitenwereld toe zorgde Marie-Rose ervoor dat het steeds leek alsof er meerdere initiatiefneemsters waren. In werkelijkheid was het Marie-Rose die àlles deed.  Maar in àlle folders, in de mooie brochure,  in de stukken voor het partijblad, zelfs in haar toespraken, in alles wat door haar verzorgd werd, plaatste Marie-Rose de anderen minstens evenveel in het zonnetje.  In ruim dertig jaar politieke bedrijvigheid heb ik haar dat NIEMAND zien nadoen.

Citaat Brinckman: "Vanhecke geeft geen krimp. Hij laat zich uitgerekend voor Christian Schellemans, toen nog de man van Morel, aan het hart opereren. De leugen spoort met de uitbuiting. Morel eist in 2007 het lijsttrekkerschap van de Senaat op, zo kan ze in heel Vlaanderen campagne voeren. Dewinter en Annemans weigeren. Uit balorigheid trekt Vanhecke dan maar zelf. Een jaar later tracht het duo de komst van Valkeniers als voorzitter af te blokken, tevergeefs."

Drie stukjes info in deze paar regels, driemaal fout. 

1) Christian Schellemans heeft mij nooit geopereerd, hij is trouwens geen chirurg.

2) Marie-Rose heeft in 2007 op geen enkel moment het lijsttrekkerschap voor de Senaat opgeëist. Marie-Rose was wél kandidaat voor het de laatste plaats op de Kamerlijst in Antwerpen, maar dat mocht niet.  Uiteindelijk aanvaardde Marie-Rose een plaats ergens onderaan "mijn" Senaatslijst. Dat is de waarheid.

3) Dat wij het voorzitterschap van Bruno Valkeniers probeerden af te blokken is fout.  Het tegendeel is waar. Het conflict met voorzitter Valkeniers dateert van veel later.

Citaat Brinckman : “Wanneer Dewinter en Annemans uiteindelijk bereid zijn om haar samen met  Marijke Dillen het ondervoorzitterschap van de partij te gunnen, schiet de basis het compromis af. Die had het ondertussen gehad met Morel.”

We schrijven oktober 2009.  Bruno Valkeniers is sinds maart 2008 voorzitter van het Vlaams Belang en werkt aan de vernieuwing van het Partijbestuur. Met een aantal medestanders probeerde ik toen Marie-Rose nog een rol in de partij te laten spelen. Ze had geen parlementsmandaat meer maar behield zoals bekend vlotte toegang tot heel wat media en beschikte over een privéblog die tot 16.000 bezoekers per dag haalde, de helft méér dan de nationale partijsite. Uiteindelijk kwam voorzitter Valkeniers met een compromisvoorstel: Marie-Rose en Marijke Dillen (reeds Vlaams Parlementslid en ondervoorzitter van het Vlaams Parlement) zouden allebei ondervoorzitter worden en aan mij werd gevraagd om mijn bevoegdheid als eindverantwoordelijke voor de externe communicatie neer te leggen.

Op 24 oktober 2009 werd het voorstel voor het nieuwe Partijbestuur voorgelegd aan de Partijraad, zeg maar het parlement van de partij, een vergadering van een 130-tal mensen waarvan er 102 aanwezig waren. Het voorstel van Valkeniers kreeg heel wat tegenwind uit zeer diverse hoeken om heel veel verschillende redenen. 18 mensen kwamen publiek tussen in het debat; slechts twéé daarvan hadden het kort over de situatie met de ondervoorzitterschappen.  Het voorstel van de Partijvoorzitter werd in geheime stemming nipt verworpen, maar niet omdat 'de basis het gehad had met Morel'.

In de weken die volgden beviel Valkeniers van een voorstel waarin Marie-Rose werd gedegradeerd tot “2de ondervoorzitter”.  Toen in de bespreking daarover letterlijk werd gezegd dat Marie-Rose zich nooit op haar futiel “2de ondervoorzitterschap” zou mogen beroepen voor wat dan ook, en zeker niet om politieke verklaringen  af te leggen, hield ze het voor bekeken en bedankte feestelijk voor de eer. "De basis” heeft ondervoorzitter Morel dus niet afgeschoten. De “basis” kon enkel spreken tijdens verkiezingen – in het geheim van het stemhokje. Bijvoorbeeld bij de Europese verkiezingen juni 2009:  Marie-Rose Morel 108.629 stemmen.  Nooit eerder haalde een vrouw bij het Vlaams Belang zoveel voorkeurstemmen als Marie-Rose Morel, en dat vanop een onderste plaats op de lijst.

Citaat Brinckman: “Want het moet gezegd, inhoudelijk brak Morel bij die partij nooit potten. In de media gaf ze de indruk dat ze het zachtere imago van het Vlaams Belang wilde verpersoonlijken. De televisiecamera was daarbij haar beste vriend. Maar intern deed ze er het zwijgen toe. Meer zelfs, toen Bruno Valkeniers eind 2009 voor zijn partij een visietekst lanceerde die absoluut brak met de vuilgebekte lijn van Dewinter en bijgevolg Morel als muziek in de oren moest klinken, brandde ze de voorzitter onverbiddelijk af. Uiteindelijk moest Valkeniers zich schikken naar Dewinter en Annemans.”

De chronologie van gebeurtenissen wordt hier foutief omgedraaid.  De zogenaamde “visietekst” van Bruno Valkeniers dateert van november 2009 en werd toen gelijktijdig voorgesteld met dat nieuwe Partijbestuur waartoe Marie-Rose Morel niet meer behoorde. Hoe had Marie-Rose dus een “visietekst” kunnen steunen op een ogenblik dat ze al was buitengewerkt?

Ook de bewering dat Marie-Rose inhoudelijk nooit potten brak en er zelfs intern het zwijgen toe deed, is absurd. Ik heb héél andere herinneringen aan talrijke vergaderingen van het Partijbestuur waar Marie-Rose met open vizier haar mening verkondigde.

Citaat: ' Vier jaar geleden vergeleek De Standaard Morel voor het eerst met Yoko Ono…'

Het is volgens mij noodzakelijk erop te wijzen dat de journalist die dit schrijft  hier eigenlijk zichzelf als gezagsargument citeert. Merkwaardig.

Citaat: ' Ze aast vervolgens op het zitje van Eric Deleu, nog een (nu voormalige) boezemvriend van Vanhecke, in de raad van bestuur van de VRT.  Alle middelen zijn goed om de reclameman zwart te maken, inclusief de publicatie van zogeheten financiële malversaties - die als ze al hebben plaatsgevonden, onder de verantwoordelijkheid van Vanhecke vielen - en de beschuldiging van kunstdiefstal.' 

De waarheid is dat het Partijbestuur van Vlaams Belang gevraagd werd op 26 maart 2007 een nota goed te keuren over de toewijzing van een politiek advertentiebudget, voor een totaal bedrag van 251.147 euro. Marie-Rose deed toen wat ze eerder ook al voor andere bestellingen had gedaan: prijzen navragen en vergelijken.  Zij kwam tot de conclusie dat de partij teveel geld betaalde voor de geleverde prestaties en liet me dit weten waarna ik onmiddellijk de maatregelen nam die zich opdrongen. Uiteindelijk werden dezelfde advertenties geplaatst voor zo’n 50.000 euro minder

Bij de nieuwe samenstelling van de raad van bestuur van de VRT waren zeer velen van mening dat zij de geschikte vrouw was om onze partij opvallend in de raad van bestuur van de VRT te vertegenwoordigen. Haar kandidatuur (op mijn vraag trouwens, omdat ik het absurd vond een onmiskenbaar politiek talent voor de partij te laten verloren gaan) werd door de partijtop gekelderd.

Marie-Rose overleed bijna drie maanden geleden. Haar boeken stonden wekenlang op 1 én 2 van de bestsellerslijsten in Vlaanderen. Meer dan dertigduizend mensen stuurden mij brieven om hun medeleven uit te drukken. Ik zwijg over de mails die ik onmogelijk allemaal kan beantwoorden.

Maar in de 3 volle krantenbladzijden van dit artikel slaagde men er niet in ook maar één iets positief over haar te schrijven.  Dat is an sich al een zware fout.  Van Marie-Rose onthouden we voor altijd haar onvermoeibare inzet voor onze zaak, haar vrolijkheid, haar intelligentie, haar menselijkheid, haar grote moed, haar vriendschap en haar liefde. Het tegendeel van wat uw krant laat uitschijnen.

Frank Vanhecke  

12:26 Gepost door Frank Vanhecke in Marie-Rose Morel, Recht van Antwoord | Permalink | Commentaren (10) |  Facebook |

18-03-11

De onwaarheden van Bart Brinckman: deel 8 en slot.

pinoccio.jpgAan mijn 12-jarig partijvoorzitterschap heb ik een paar kubieke meter documentatie overgehouden, en het vergde wat tijd om terug te vinden wat ik nodig had om de Brinckman-reeks te kunnen afsluiten. In tegenstelling tot Brinckman wil ik het immers over “facts and figures” hebben en niet zomaar klakkeloos neerpennen wat één of andere jaloerse mens me influistert.

In de vorige zeven afleveringen van deze saga maakte ik al brandhout van een reeks Brinckman-beweringen waar niets van bleek te kloppen.  Maar wie Brinckman goed leest ziet ook een paar andere problemen.

Het is in de eerste plaats echt niet normaal dat een journalist zichzelf als gezagsargument aanhaalt of citeert. Wanneer Brinckman bijvoorbeeld schrijft “Vier jaar geleden vergeleek De Standaard Morel voor het eerst met Yoko Ono…” dan moet men beseffen dat hij het eigenlijk over zichzelf heeft: het was Brinckman zélf die in 2007 dat bewuste artikel schreef, trouwens overduidelijk op aanreiken van dezelfde bron die hij ook vandaag nog aanboort.  Het is een beetje alsof ik zou stellen: “Reeds in januari 2009 publiceerde men op een veelgelezen politieke blog dat Bart Brinckman zo zot is als een garagepoort, en dat hij uit verlatingsangst zijn kenmerkende rode schoentjes in bed meeneemt” – zonder daarbij te vermelden dat ik het over mijn eigen blogstukje  van 25 januari 2009 heb.

repressie.jpgHet is ook niet normaal dat een geroutineerde politieke journalist vergelijkingen maakt die zo absurd zijn dat je ze vijf keer moet lezen om te geloven dat je het goed begrepen hebt: “Natuurlijk was er op een politieke manier afgerekend met Morel, even goed leeft de overtuiging dat de klepel op een vreselijke manier is doorgeslagen. De vergelijking met de repressietijd wordt niet geschuwd.” De vergelijking met de repressietijd? Is hier een vooraanstaande journalist van een kwaliteitskrant aan het woord of een complete idioot? Wie de 242 executies, honderden moordpartijen en martelingen, duizenden mensen die tot de bedelstaf gebracht werden en een Vlaamse Beweging die letterlijk onthoofd en doodgebloed werd, vergelijkt met 2 of 3 politici die op hun fluwelen zetel wat kritiek moeten slikken, die is gewoon niet goed snik. Punt.

Brinckman valt ook vele keren uit zijn rol van journalist-objectieve waarnemer.  Men zou kunnen denken dat hij enkel zo systematisch liegt omdat hij het slachtoffer is van een bron die systematisch liegt. Dat zijn bron liegt is zeker waar, maar er is meer aan de hand. Het is bijvoorbeeld opvallend dat Brinckman al jaren zeer actief de verdediging opneemt van Eric Deleu, reclameman en tot op vandaag lid van de raad van Bestuur van de VRT. Hij doet dat al sinds 2007; toen beschuldigde Brinckman in een venijnig stukje “Kreten en Gefluister” Marie-Rose ervan de “partijmilitant” Deleu als tussenpersoon voor advertenties gelikwideerd te hebben ten voordele van een “bureau uit Schoten” – begrijpt U de insinuatie? De waarheid is dat het Partijbestuur van Vlaams Belang op 26 maart 2007 een nota zou goedkeuren over de toewijzing van een politiek advertentiebudget, voor een totaal bedrag van 251.147 euro. Marie-Rose deed toen wat ze eerder ook al voor bestellingen van andere leveranciers, vooral drukwerken, had gedaan: prijzen navragen en vergelijken. Op 28 maart bezorgde ik een nota met de cijfers van Marie-Rose aan alle PB-leden. Mijn besluit was, zwart op wit: “In de huidige omstandigheden en tot nader order kunnen we uiteraard deze nota advertenties onmogelijk goedkeuren.” Uiteindelijk werden dezelfde advertenties geplaatst voor zo’n 50.000 euro minder. Ook wat drukwerken betreft – toen ging het over andere leveranciers – werden na tussenkomst van Marie-Rose in totaal honderdduizenden euro’s bespaard. Het leverde Marie-Rose de eeuwige haat op van enkele betrokkenen.

Tot slot nog dit.  Ik ben blij vandaag de Bart Brinckman-reeks te kunnen afsluiten, al voeg ik eraan toe dat ik nog wel een tiental gemene leugens niet becommentarieerd liet. Maar Marie-Rose overleed bijna zes weken geleden. Haar boeken staan op 1 én 2 van de bestsellerslijsten in Vlaanderen. Meer dan dertigduizend mensen stuurden mij brieven om hun medeleven uit te drukken, en ook nu nog brengt  de postbode elke dag 100 à 200 brieven. Ik zwijg over de mails die ik onmogelijk allemaal kan beantwoorden. Uit alles blijkt dat ik het bij het rechte eind heb: een slordig, partizaan en leugenachtig journalistje als Brinckman komt nog niet tot aan de knieën van Marie-Rose Morel. In die 3 volle krantenbladzijden slaagde hij er niet in ook maar één iets positief over haar te schrijven – dat zegt vooral veel over hem, de sukkel.

mr vakbond.jpgVan Marie-Rose onthouden we voor altijd haar onvermoeibare inzet voor onze zaak, haar vrolijkheid, haar intelligentie, haar menselijkheid, haar grote moed, haar vriendschap en liefde.

En Brinckman? Hij was niet eens mijn boosheid waard. Zoals Karel Dillen me leerde: doorspoelen en vergeten.

19:30 Gepost door Frank Vanhecke in Marie-Rose Morel, Recht van Antwoord | Permalink | Commentaren (17) |  Facebook |

14-03-11

De onwaarheden van Bart Brinckman - deel 7

pino.jpgDat Brinckman in zijn drie bladzijden lang artikel heel dikwijls in mijn richting spuwt kan ik best verdragen. Het zou me pas ernstig verontrusten mocht Brinckman me loven, want zoals ieder weet doet hij dat in principe enkel voor zijn zielige tipgevers en informanten. Hij mag me dus gerust als een soort politiek onbenul omschrijven; net zoals ik hem - maar in dit geval dan wél gestaafd door feiten en onweerlegbare bewijzen - een leugenaar en een journalist zonder elementair respect voor deontologie mag noemen.

Dat Brinckman erop los liegt bleek al uit de eerste zes afleveringen van deze saga. Maar het meest merkwaardige aan zijn artikel blijft dat hij er zelfs in drie krantenbladzijden niet in slaagt ook maar één positief woord te schrijven over het politieke leven van Marie-Rose Morel. Dat is eigenaardig omdat Marie-Rose onmiskenbaar een politiek talent was, met een grote werkkracht en een benijdenswaardige "présence" in de media. Ze was het eerste en enige vrouwelijk Vlaams Belang-boegbeeld die naam waardig, een vrouw die zich niet tevreden stelde met het "sois belle et tais-toi", de klassieke rol van zwijgend decorstuk voor de mannen. Ze was een vat vol initiatieven waar ze ook zelf haar schouders onder zette en ten uitvoer bracht. Zonder Marie-Rose en haar tientallen "vrouwen-avonden" waren we er in 2006 niet in geslaagd zoveel vrouwen op onze lijsten te krijgen. Ze ontwierp vernieuwende campagnes en aantrekkelijke aktiviteiten. Ze was dag-in-dag-uit en in heel Vlaanderen in de weer. Ze was een van de meest gevraagde sprekers voor lokale afdelingen - altijd gratis en voor niks op pad, zonder chauffeur of andere bijstand. En ze was vooral de bezielster van de "vakbondscel", zonder twijfel het meest succesvolle politieke initiatief van de partij in het voorbije decennium.

z.jpgDat Brinckman in zijn ellenlange stuk met geen woord over die vakbondscel van Marie-Rose rept mag als een leugen op zich beschouwd worden, want alle andere Vlaamse politieke commentatoren beseften goed dat men daar niet omheen kon. Zelfs Rik Van Cauwelaert bijvoorbeeld, in Knack van 16 februari 2011: "Toen ze als hoofd van de vakbondscel van Vlaams Belang haar campagne inzette tegen 'het vermolmde monopolie' van de vakbonden, kon ze op opvallend veel mediabelangstelling rekenen. Met voor haar goed gevolg, want bij de vakbonden herinneren ze zich tot op vandaag maar al te levendig de dure gevolgen van de acties van Morel onder meer tegen de discriminatie van niet-vakbondsleden door de Fondsen voor Bestaanszekerheid."

Marie-Rose haalde met haar vakbondscel heel regelmatig en zeer positief de nationale pers. Zelfs in De Standaard (maar uiteraard was het stuk niet van Brinckman) werd geschreven dat ze nagels met koppen sloeg en dat het Vlaams Belang voor een zeldzame keer scoorde met dossierkennis en doortastende actie. Marie-Rose trok met haar vakbondsdossier eens te meer heel Vlaanderen rond, avond na avond, van debatclub over serviceclubs tot lokale partijafdelingen. Ze kreeg ook tips over vakbondsmisbruiken en speelde die door aan de pers - tot en met grote artikels op de voorpagina's van de kranten - nooit eerder gezien voor dossiers van een Vlaams Belang-mandataris. Maar Brinckman, neen, die had er zogezegd nooit  van gehoord - omdat het nu eenmaal niet past in zijn postuum besmeuren van iemand die zich niet meer verweren kan. Dat is dan wellicht de grootste leugen van allemaal.

Tot slot van dit zevende hoofdstukje nog dit. Marier-Rose begon met haar "vakbondscel" kort na de gemeenteraadsverkiezingen van 2006. Toen werden immers honderden kleine lieden, arbeiders en bedienden en werkzoekenden, door de kleurvakbonden uitgesloten omdat ze het hadden aangedurfd op de kieslijsten van Vlaams Belang te staan. Ik was toen nog partijvoorzitter en zocht een verantwoordelijke om die honderden mensen administratief en in hun beroepsprocedure bij te staan. Enkel Marie-Rose aanvaardde dit gigantische (en onbezoldigde) extra werk. En eens te meer mààkte ze er (samen met Rob Verreycken en Rina Lievens) iets buitengewoons van.

zz.jpgP.S. Over het werk van die vakbondscel verscheen in augustus 2010 een boekje van Rob Verreycken "Welkom in Vakbondistan", uitgegeven door uitgeverij Egmont. Warm aanbevolen.  De tweede druk is nu te bestellen via www.uitgeverijegmont.be.

 

15:19 Gepost door Frank Vanhecke in Marie-Rose Morel, Recht van Antwoord | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

11-03-11

De onwaarheden van Bart Brinckman - deel 6

Citaat Brinckman: "Tijdens de eerstvolgende vergadering van het partijbestuur pleitte Wim Verreycken onomwonden ervoor om haar uit de partij te zetten."

pino.jpgHier gaat Brinckman héél zwaar in de fout door compleet verkeerde informatie van zijn bron klakkeloos over te nemen. Een "chef Wetstraat" van een kwaliteitskrant die zoiets publiceert zonder zelfs maar de moeite te doen zich bij de direct betrokkene te informeren, dat is ongezien en journalistiek-deontologisch compleet onaanvaardbaar. Een stagiair-journalist die zoiets zou uitspoken wordt stante pede aan de deur gezet - maar Brinckman acht zich blijkbaar boven normaal deontologisch gedrag verheven: voor het bevuilen van de nagedachtenis van een pas overleden vrouw die zich niet meer kan verweren zijn àlle middelen goed.

Brinckman heeft hierover nooit Wim Verrecyken gecontacteerd. En dus laat hij in zijn artikel Wim exact het omgekeerde zeggen van wat hij in werkelijkheid zegde. Wim pleitte er tijdens dat partijbestuur immers helemaal niet voor om Marie-Rose uit de partij te zetten. Hij pleitte er integendeel voor om de discussie te stoppen en als kameraden-strijdgenoten de vergadering te verlaten. Dat zal hij trouwens binnenkort in een recht van antwoord aan "De Standaard" ook zwart op wit bevestigen.

Brinckman liegt, opnieuw.

10:12 Gepost door Frank Vanhecke in Marie-Rose Morel, Recht van Antwoord | Permalink | Commentaren (8) |  Facebook |

05-03-11

De onwaarheden van Bart Brinckman - deel 5

pinoccio.jpgCitaat Brinckman: “Want het moet gezegd, inhoudelijk brak Morel bij die partij nooit potten. In de media gaf ze de indruk dat ze het zachtere imago van het Vlaams Belang wilde verpersoonlijken. De televisiecamera was daarbij haar beste vriend. Maar intern deed ze er het zwijgen toe. Meer zelfs, toen Bruno Valkeniers eind 2009 voor zijn partij een visietekst lanceerde die absoluut brak met de vuilgebekte lijn van Dewinter en bijgevolg Morel als muziek in de oren moest klinken, brandde ze de voorzitter onverbiddelijk af. Uiteindelijk moest Valkeniers zich schikken naar Dewinter en Annemans.”

In een eerder stukje illustreerde ik reeds dat Brinckman opzettelijk de chronologie van gebeurtenissen omdraait als dat beter in zijn verhaal past.  Deze keer past hij deze techniek van de geschiedenisvervalser nog wat brutaler toe.  De zogenaamde “visietekst” van Bruno Valkeniers dateert immers van november 2009 en werd toen gelijktijdig voorgesteld met dat nieuwe Partijbestuur waartoe Marie-Rose Morel niet meer behoorde, net zomin als Karim Van Overmeire trouwens. Na het debacle van de Partijraad van 24 oktober 2009 had ik immers het vel van de voorzitter gered door aan te kondigen dat Bruno Valkeniers de daaropvolgende maand niet enkel een nieuw voorstel van partijbestuur zou voorleggen maar eveneens een strategische nota – dat zou dan later de “visietekst” worden.  Maar inmiddels was  Marie-Rose door voorzitter Valkeniers (op eis van Filip Dewinter en Gerolf Annemans) vakkundig politiek afgeslacht. Hoe kon Marie-Rose dus een “visietekst” steunen van een voorzitter die haar inmiddels buiten gewerkt had?

zzzzzzzzzzzzzzz.jpgEn voor de “petite histoire” nog dit. Men zou zelfs kunnen stellen dat het Marie-Rose was die de visietekst van Valkeniers mogelijk maakte.  Want in de aanloop naar de Partijraad van eind november 2009 bleven Filip Dewinter en Gerolf Annemans vitten over elke punt en komma van de ontwerptekst. Er werd uiteindelijk afgesproken dat op die Partijraad enkel een pagina met algemene conclusies uit de visienota zou worden voorgelezen en dat men de tekst later nog wel eens opnieuw zou bekijken.  Pas na het gedegouteerd afhaken van Marie-Rose en van Karim werd die beslissing in paniek herroepen en mocht de voorzitter toch nog zijn nota aan de ongeïnteresseerde Partijraad voorleggen.  Terecht ongeïnteresseerd overigens, omdat de Partijraadsleden wel beseften dat het om “words, words, words” ging, niets dan holle frasen op een ogenblik dat het hele concrete machtscentrum van de partij in handen van énkel de Antwerpse gemeenteraadsfractie werd gelegd.

zzzz.jpgInteressant is ook dat Brinkman stelt dat Marie-Rose inhoudelijk nooit potten brak en er zelfs intern het zwijgen toe deed. Ik heb toch wel héél andere herinneringen aan talrijke vergaderingen van het Partijbestuur waar Marie-Rose, niet altijd even diplomatisch maar wél  altijd met open vizier, haar mening verkondigde: over de kostprijs van campagnes en drukwerk (daarover later meer), over stijl en inhoud van die campagnes, over Jean-Marie Dedecker en ga zo maar door. Ik herinner mij bijvoorbeeld nog zeer levendig het debat over het “moskeelied”, een cd’tje van zeer discutabel niveau dat Filip Dewinter in Antwerpen verspreidde. Marie-Rose vond dat politiek contraproductief en  compleet stijlloos. Gerolf koos, zoals altijd, fanatiek de kant van FDW. Het is maar één voorbeeld, maar het illustreert allicht perfect de onzin van de Brinckman-stelling. En meteen ook de pathologische onbetrouwbaarheid van diens bron. Wordt vervolgd.

21:50 Gepost door Frank Vanhecke in Marie-Rose Morel, Recht van Antwoord | Permalink | Commentaren (11) |  Facebook |

28-02-11

De onwaarheden van Bart Brinckman - deel 4

Citaat Brinckman : “Wanneer Dewinter en Annemans uiteindelijk bereid zijn om haar samen met  Marijke Dillen het ondervoorzitterschap van de partij te gunnen, schiet de basis het compromis af. Die had het ondertussen gehad met Morel.”

pinoccio.jpgEerst een opmerking over de chronologie. Omdat een en ander beter in zijn verhaaltje past, draait Brinckman de volgorde van feiten gewoon om. In zijn artikel stelt hij namelijk dat het incident over de Raad van bestuur van de VRT (januari 2010, en daarover meer in een volgende aflevering) chronologisch eerder dan het incident over het ondervoorzitterschap van het Vlaams Belang (oktober en november 2009) kwam. Schijnbaar een detail, maar wel heel kenschetsend voor de werkwijze van de gifmenger-geschiedenisvervalser.

Maar goed, dat ondervoorzitterschap dus. We schrijven oktober 2009. Marie-Rose Morel is géén parlementslid meer, want ze mocht niet op de lijst van FDW voor het Vlaams Parlement (“De speeltijd is gedaan. Ze komt niet op mijn lijst, basta“) Al evenmin mocht ze een verkiesbare plaats innemen voor het Europees Parlement.

Hier moet ik eerlijkheidshalve twee kanttekeningen maken.  Wat het Vlaams Parlement betreft was Marie-Rose ongetwijfeld een stuk medeverantwoordelijk voor de situatie. Ze was niet echt vragende partij meer om een, weliswaar goedbetaalde,  figurantenrol te spelen in een kiesstrijd waar ze geen betekenisvolle plaats op de lijst zou krijgen (er was haar op een bepaald moment wel nog de 5de plaats aangeboden), in een fractie waar ze in conflict leefde met de fractieleider en zijn luitenanten en in het beste geval volstrekt genegeerd werd, en in een Vlaams Parlement waarin ze eigenlijk ontgoocheld was. Wat het Europees Parlement betreft had ze perfect kunnen zetelen. Ik was in 2009 immers tegelijk verkozen voor het Vlaams Parlement en voor het Europees Parlement. Marie-Rose stond na Philip Claeys tweede opvolgster voor Europa. Indien ik mijn mandaat in het Vlaams Parlement had opgenomen, zat Marie-Rose in het Europees Parlement en niemand kon ons dat beletten: allebei parlementslid. Ik had  in West-Vlaanderen echter mijn woord gegeven aan opvolger Stefaan Sintobin: ik zou voor hem ontslag nemen als Vlaams Parlementslid en terug naar Europa gaan. Voor Marie-Rose was het simpel: een gegeven woord moet gerespecteerd worden, punt aan de lijn – en dus werd Stefaan Sintobin parlementslid en Marie-Rose niet. Eigenaardig toch voor een narcistische ambiteuze bitch…  Trouwens, bij de eerdere lijstvormingsperikelen voor Europa, toen alle vuile wapens werden bovengehaald om te beletten dat Marie-Rose opnieuw eerste vrouw op de lijst zou worden (zoals in 2004 het geval was), had Marie-Rose zélf al haar woord gegeven aan Philip Claeys om in élk geval voor hem ontslag te nemen. Ook Philip Claeys heeft er nooit aan getwijfeld, en twijfelt er vandaag nog steeds niet aan, dat Marie-Rose woord zou gehouden hebben.

Maar goed, oktober 2009. Bruno Valkeniers is sinds maart 2008 voorzitter van het Vlaams Belang en werkt aan de vernieuwing van het Partijbestuur, zeg maar de “regering” van de partij. Bij zijn aantreden had hij dat Partijbestuur uitgebreid naar 25 mensen, maar dat bleek eigenlijk onwerkbaar zodat we terug naar 15 leden moesten – een heel moeilijke evenwichtsoefening voor de voorzitter. Met een aantal medestanders probeerde ik toen Marie-Rose nog een rol in de partij te laten spelen. Ze was herstellende van haar eerste kankerperiode en reeds heel populair in Vlaanderen, ook buiten het kringetje van Vlaams Belang.  Ik meende dat we er alle belang bij hadden om de vrouw zonder parlementair mandaat of partij- inkomen toch minstens een functie te gunnen die haar een (klein) politiek gewicht zou geven: het ondervoorzitterschap van de partij, een onbezoldigde erefunctie die in het verleden door respectievelijk Roeland Raes en later Luk Van Nieuwenhuysen was bekleed. Opnieuw moet ik hier eerlijkheidshalve aan toevoegen dat Marie-Rose natuurlijk van plan was om effectief van die functie iets te maken. Ze had geen mandaat of bezoldiging meer maar zou wel lid blijven van het Partijbestuur, had zoals iedereen weet vlotte toegang tot heel wat media en beschikte zelf over een privéblog die op dat ogenblik  tot 16.000 bezoekers per dag haalde, de helft méér dan de nationale partijsite. Ze bleef een “gevaar”  voor “the old boys” die zich met hand en tand verzetten tegen haar opname in het nieuwe Partijbestuur. Uiteindelijk kwam voorzitter Valkeniers met een compromisvoorstel: Marie-Rose en Marijke Dillen (reeds Vlaams Parlementslid en ondervoorzitter van het Vlaams Parlement) zouden allebei ondervoorzitter worden. Aan mij werd gevraagd om mijn taken als eindverantwoordelijke voor de externe communicatie (dat was de facto de internetsite, de gerichte publicaties als “Flemish Republic” en een vaag toezicht op het maandblad) neer te leggen; ik werd gewoon PB-lid zonder leiding van een dienst.

oude krokodil.jpgHeel enthousiast was ik niet over dat voorstel. Mijn degradatie tot “minister zonder portefeuille” lag me zwaar op de maag, vooral omdat ik de enige “oude krokodil” was die getroffen werd en de zo noodzakelijke verjonging en vernieuwing blijkbaar alleen van mij moest komen. Maar dat is een ander verhaal en achteraf gezien nam ik dat toen allicht wat te persoonlijk op.

Op 24 oktober 2009 wordt het voorstel voor het nieuwe Partijbestuur voorgelegd aan de Partijraad, zeg maar het parlement van de partij, een vergadering van een 130-tal mensen waarvan er 102 aanwezig zijn. Het voorstel van Valkeniers krijgt heel wat tegenwind uit zeer diverse hoeken. Sommigen azen op een signaal om hun ontevredenheid met de voorzitter of meer algemeen met de onenigheid in de partij te ventileren. Twaalf PB-leden die hun mandaat niet verlengd zien voelen zich tekort gedaan. Er is een Limburgse en een Oostvlaamse onderlinge vete. Er is onvrede over de onaangetaste almacht van FDW. Er zijn een aantal andere zaken. En er zijn ongetwijfeld ook wel mensen die de terugkeer van Marie-Rose Morel in het Partijbestuur betreuren – maar dat was maar één element onder vele. Er waren ongetwijfeld ook mensen die net om dié reden wél instemden. 18 mensen kwamen publiek tussen in het debat; slechts twéé daarvan hadden het kort over de situatie met de ondervoorzitterschappen.  Wat er ook van weze, het voorstel van de Partijvoorzitter werd in geheime stemming nipt verworpen: 6 onthoudingen, 47 ja-stemmen, 49 nee-stemmen. Nooit eerder gezien in de geschiedenis van Vlaams Blok/Vlaams Belang. Ik geloof dat ik gerust mag zeggen dat ik toen (ik leidde de vergadering van de Partijraad) het vel van Bruno Valkeniers als voorzitter heb gered, door publiek te stellen dat de stemming geenszins als een motie van wantrouwen tegen hem mocht worden uitgelegd en hem de kans te geven vier weken later een nieuw voorstel voor te leggen. Mijn gezag in de Partijraad was toen nog groot genoeg om dat erdoor te krijgen.

Voorzitter Valkeniers liet zich echter door “de Antwerpse gemeenteraadsfractie” maar al te graag wijsmaken dat de desastreuze stemming enkel tegen Marie-Rose Morel en haar medestanders gericht was. In de weken die volgden beviel hij dus van een tweede voorstel dat nog meer macht en middelen naar “Antwerpen” versluisde. Marie-Rose werd gedegradeerd tot “2de ondervoorzitter”, duidelijk gepositioneerd onder "1ste ondervoorzitter" Marijke Dillen. Toen in de bespreking daarover letterlijk werd gezegd dat Marie-Rose zich nooit op haar futiel “2de ondervoorzitterschap” zou mogen beroepen voor wat dan ook, en zeker niet om politieke verklaringen  af te leggen, hield ze het voor bekeken en bedankte feestelijk voor de eer. Karim Van Overmeire was neutraal in de zaak Morel, maar bedankte eveneens voor het Partijbestuur. Francis Van den Eynde (om het zacht uit te drukken: geen vriend van de Antwerpse gemeenteraadsfractie) werd uit het nieuwe PB gegooid  en Antwerps gemeenteraadslid Anke van Dermeersch kreeg integendeel een volwaardige dienst en personeel toegewezen. De Antwerpse machtsgreep was compleet. Dat nieuwe Partijbestuur kreeg tijdens de Partijraadsvergadering van eind november 2009 een comfortabele meerderheid achter zich, weliswaar nadat voorzitter Valkeniers en anderen erop gewezen hadden dat een tweede afwijzing de partij in een diepe crisis zou storten. Zelf had ik eerder in een brief aan de voorzitter aangekondigd dat ik niet met deze machtsgreep kon leven, dat ik waarschuwde voor de politiek rampzalige gevolgen ervan en dat ik de bevestiging van het tweede voorstel als een absoluut breekpunt beschouwde.  Het zou Bruno niet beletten later in de media te beweren dat hij compleet verrast was door mijn opstappen uit het Partijbestuur – maar ach, dat is politiek zeker?

Komen we terug tot de leugen van Brinckman: “de basis” schiet ondervoorzitter Morel af. Laat ons wel zijn: de basis is in deze nooit aan het woord geweest. En zelfs de Partijraad heeft slechts in zeer specifieke omstandigheden, het mes op de keel van de hele Partij, beslist over een globaal voorstel.

De “basis”, die kon enkel spreken tijdens verkiezingen – in het geheim van het stemhokje. Laat ons dus eens vergelijken:

mr affiche.jpgEuropese verkiezingen juni 2009:

Frank Vanhecke, 161.371 stemmen / Filip Dewinter 150.584 stemmen / Marie-Rose Morel 108.629 stemmen /Marijke Dillen 43.974 stemmen / Anke van Dermeersch 41.049 stemmen / Bruno Valkeniers  33.322 stemmen.

Nooit eerder haalde een vrouw bij het Vlaams Belang zoveel voorkeurstemmen als Marie-Rose Morel, en dat vanop een onderste plaats op de lijst. Om een vergelijking te maken: bij de Senaatsverkiezingen van juni vorig jaar haalde Anke van Dermeersch, 2de op de nationale lijst, 49.336 stemmen, Hugo Coveliers als lijstduwer 20.315 stemmen, en Marijke Dillen als lijstduwer opvolgers 17.334 stemmen.

Wanneer Brinckman dus beweert dat “de basis” Morel beu was, liegt hij. Eens te meer. Wordt vervolgd.

22:12 Gepost door Frank Vanhecke in Marie-Rose Morel, Recht van Antwoord | Permalink | Commentaren (9) |  Facebook |

22-02-11

De onwaarheden van Bart Brinckman - deel 3

pinoccio.jpgCitaat Brinckman: "Vanhecke geeft geen krimp. Hij laat zich uitgerekend voor Christian Schellemans, toen nog de man van Morel, aan het hart opereren. De leugen spoort met de uitbuiting. Morel eist in 2007 het lijsttrekkerschap van de Senaat op, zo kan ze in heel Vlaanderen campagne voeren. Dewinter en Annemans weigeren. Uit balorigheid trekt Vanhecke dan maar zelf. Een jaar later tracht het duo de komst van Valkeniers als voorzitter af te blokken, tevergeefs."

Drie stukjes info in deze paar regels, driemaal gelogen van Brinckman.

1) Christian Schellemans heeft mij nooit geopereerd, hij is trouwens geen chirurg. Waarom Brinckman nu al voor de tweede keer die kwakkel publiceert is mij een raadsel.

2) Marie-Rose heeft in 2007 op geen enkel moment het lijstrekkerschap voor de Senaat gevraagd, laat staan opgeëist. Dat waren de fameuse verkiezingen van het Jean-Marie Dedecker-fenomeen. Marie-Rose had zich verzet tegen een mogelijks nationaal lijsttrekkerschap voor JMDD. Ze volgde daarin een unanieme motie van het voltallige provinciaal bestuur van West-Vlaanderen die JMDD een onbetrouwbare bondgenoot achtte en de "verruiming-te-allen-prijze" stilaan gevaarlijk begon te vinden. De nationale partijraad van het Vlaams Belang werd in deze zaak gehoord en besliste eveneens met overweldigende meerderheid om niet met JMDD in zee te gaan. Ik werd toen door bijna de hele partij gevraagd (ook door Marie-Rose) om de nationale lijst te trekken. Er is nooit en op geen enkel moment sprake geweest van een lijsttrekkerschap van Marie-Rose. Dat lag trouwens politiek heel gevoelig omdat eerste vrouw op de Senaatslijst (Anke Van dermeersch) zulks om begrijpelijke redenen ook niet zou aanvaard hebben. Marie-Rose was wél kandidaat voor het lijstduwerschap van de Kamerlijst in Antwerpen, en bevestigde dat ook schriftelijk en in het bijzijn van getuigen aan Gerolf Annemans. Daar is trouwens ook mailverkeer over, nog steeds in mijn bezit. Gerolf bood die plaats dan echter eerst aan Jurgen Verstrepen en na diens vertrek aan Marijke Dillen aan, want het "risico" was te groot dat Marie-Rose zelfs vanop de laatste plaats zou verkozen geraken en naar de Kamer zou gaan. Uiteindelijk aanvaardde Marie-Rose een plaats onderaan "mijn" Senaatslijst. Dat is de waarheid, maar het past uiteraard niet in de mythe van de ambiteuze bitch die over lijken ging en altijd de eerste plaats wou.

3) Dat wij het voorzitterschap van Bruno Valkeniers probeerden af te blokken is al evenzeer gelogen. Dat zal trouwens ook wel door Valkeniers zelf bevestigd worden, hij zal het overleg en de etentjes in Waarloos en Schoten ongetwijfeld nog niet vergeten zijn. Het conflict met voorzitter Valkeniers dateert van veel later, toen (althans volgens ons) systematisch alle reële macht en middelen van heel de partij naar de Antwerpse gemeenteraadsfractie werden versast.

Nogmaals: drie stukjes informatie van de gifmenger, driemaal gelogen. Multatuli schreef het al: "ik vrees dat mijn verhaal eentonig wordt".

Morgen deel 4 van de Brinckman-saga.

 

13:45 Gepost door Frank Vanhecke in Marie-Rose Morel, Recht van Antwoord | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

21-02-11

De onwaarheden van Bart Brinckman - deel 2

In "De Standaard" van 19 februari verscheen over verschillende pagina's "In de ban van de People's Princess", een stuk van Bart Brinckman over de politieke rol van Marie-Rose Morel. Het stuk is een kwaliteitskrant compleet onwaardig en staat bol van fouten. Op geen enkel ogenblik werd welke bewering dan ook gecheckt door de journalist. Drie pagina's over mij en Marie-Rose Morel - maar op geen enkel moment vond Bart Brinckman het nodig naar mijn versie van de feiten te vragen. Een week na de begrafenis van Marie-Rose vind ik dit bijzonder schokkend, zowel menselijk als journalistiek-deontologisch. De komende dagen breng ik een overzicht van de meest schokkende onzin van Bart Brinckman. Telkens een citaat en daarna mijn commentaar. Vandaag deel 2.

 

 

“Ze was behaagziek, narcistisch (op het randje van het zelfdestructieve, zo bewezen de uitgelekte mails aan haar geliefde) en wilde alle aandacht naar zich toetrekken.”

pinoccio.jpgHier zijn we natuurlijk aan de gratuite karaktermoord pur sang. Nota bene de karaktermoord op een overleden vrouw die zich niet meer kan verdedigen.

Mochten we hier op dezelfde wijze het karakter van Bart Brinckman schetsen - bijvoorbeeld aan de hand van wat collega-journalisten al jaren over de man vertellen - we zouden heel diep beschaamd zijn. Want zoiets doet een beschaafde mens niet. Zelfs niet in de kolommen van een blogske.   Maar Brinckman zelf heeft geen scrupules.  Hij tekende vorige woensdag van zijn muze braafjes op wat hij zaterdag kritiekloos in zijn krant zou uitspuwen.

Wel, laat mij eens twee voorbeelden (uit een lange, lange rij) geven van het échte politieke leven van die “behaagzieke, narcistische, zelfdestructieve vrouw die alle aandacht voor zich wilde”:

·         In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2006 organiseerde Marie-Rose een reeks “vrouwenavonden” , bijeenkomsten in bijna alle steden en gemeenten van Vlaanderen om vrouwen ervan te overtuigen bij die verkiezingen op de Vlaams Belang-lijsten te staan. Naar de buitenwereld toe zorgde Marie-Rose ervoor dat het steeds leek alsof er drie initiatiefneemsters waren: Marijke Dillen, Anke Van dermeersch en zijzelf. In werkelijkheid was het  Marie-Rose die àlles deed en àlles regelde en op eigen initiatief en eigen kosten letterlijk het hele land rond hotste, in haar eentje, zonder chauffeur of zonder ondersteuning. Indien haar twee collega’s in totaal 3 avonden mee toerden zal het veel geweest zijn. Maar in àlle folders, in de mooie brochure,  in de stukken voor het partijblad, zelfs in haar toespraken, in alles wat door haar verzorgd werd, plaatste Marie-Rose de twee anderen minstens evenveel in het zonnetje, en zorgde ze ervoor dat ook alle andere vrouwelijke parlementsleden aan bod kwamen. In ruim dertig jaar politieke bedrijvigheid heb ik haar dat NIEMAND zien nadoen.

·         an-sofie-dewinter-nieuwste-babe-vlaams-belang-foto-s_9_165x165.jpgIn 2008 vroeg Marie-Rose een dochter van Filip Dewinter om op een affiche voor haar vakbondswerking te prijken. Ze had immers door dat dit an sich reeds een nieuwsfeitje kon worden en door de media opgepikt. Ze contacteerde Filip en de dochter, ze organiseerde de fotosessie en speelde er schminkster en haardroogster en superviseerde de grafische opmaakt van de affiche.  Ze zorgde bovendien voor een “lek” naar de pers zodat Filip Dewinter kon schitteren met zijn dochter en met het vakbondsdossier. En Filip? Die verklaarde in de media dat het initiatief van hemzelf en van een modefotograaf kwam – Morel mocht zeker niet genoemd worden…

Dat Marie-Rose haar fouten had staat buiten kijf. Wie niet? Dat ze narcistisch was en alle aandacht naar zich wou toetrekken is een dubbele leugen. Wie haar kende weet wel beter.

leve het leven.jpgDe kwade wil van Brinckman wordt trouwens geïllustreerd door wat hij in zijn stuk niet vermeldt en zelfs heel bewust weg laat (de valsemunter negeert de feiten die niet in zijn verhaaltje passen) waar hij het heeft over de trouwfoto’s en over haar bestseller “Leve het Leven” : de narcistische aandachtszoekende bitch die twee stenen deed vechten schonk de volledige opbrengst van dat alles (vele tienduizenden euro's) aan goede doelen,  zonder één euro voor zichzelf te houden: Moeders voor Moeders, Kom op tegen Kanker, Kankeronderzoek.  Ik zie het de bron van Brinckman nog niet doen, U wel?

21:00 Gepost door Frank Vanhecke in Marie-Rose Morel, Recht van Antwoord | Permalink | Commentaren (11) |  Facebook |

De onwaarheden van Bart Brinckman / deel 1

In "De Standaard" van 19 februari verscheen over verschillende pagina's "In de ban van de People's Princess", een stuk van Bart Brinckman over de politieke rol van Marie-Rose Morel. Het stuk is een kwaliteitskrant compleet onwaardig en staat bol van fouten. Op geen enkel ogenblik werd welke bewering dan ook gecheckt door de journalist. Drie pagina's over mij en Marie-Rose Morel - maar op geen enkel moment vond Bart Brinckman het nodig naar mijn versie van de feiten te vragen. Een week na de begrafenis van Marie-Rose vind ik dit bijzonder schokkend, zowel menselijk als journalistiek-deontologisch. De komende dagen breng ik een overzicht van de meest schokkende onzin van Bart Brinckman. Telkens een citaat en daarna mijn commentaar. Vandaag deel 1.

pinoccio.jpgCitaat van Brinckman: "Ondervoorzitster van het Vlaams Parlement en Dewinter-getrouwe Marijke Dillen werd zelfs de kerk uitgezet".

Vooreerst dit: ik heb in de jaren 1989 tot 1994 als nauwste medewerker van Karel Dillen in totaal met hem ongetwijfeld een honderdtal begrafenissen bijgewoond. Karel was toen partijvoorzitter én in de Vlaamse Beweging geliefd en geëerd. In al die tijd heeft hij niet één keer om een voorbehouden of ereplaats gevraagd, hij ging integendeel altijd ergens diskreet achteraan zitten. Protocol was aan hem niet besteed. Daarna ben ik twaalf jaar zelf voorzitter geweest van de grootste partij van Vlaanderen; ook ik heb op begrafenissen nooit om een voorbehouden plaats gebedeld.

Het klopt dat er voor Marijke Dillen geen voorbehouden plaats was. Er waren ook geen voorbehouden plaatsen voor de duizend mensen die de kerk niet binnen raakten, noch voor de overgrote meerderheid van de 1500 mensen die wél was binnengeraakt en waarvan een groot deel moest rechtstaan. Er waren slechts een paar tientallen voorbehouden plaatsen: voor de familie, voor de sprekers, voor kindjes en juffen uit de school van Alexander en Marnix, voor enkele zeer goede persoonlijke vrienden en voor mensen die Marie-Rose de voorbije zware maanden hebben bijgestaan. Ik heb inderdaad de avond voor de begrafenis van de protocoldienst van het Vlaams Parlement een vraag ontvangen om voor "ondervoorzitster Marijke Dillen" een ereplaats te reserveren. Ik heb daar vriendelijk op geantwoord dat zij welkom was tussen het volk maar dat ik dit niet wenste te doen. In alle eerlijkheid voeg ik daar aan toe dat ik wel plaats reserveerde voor twee ambtenaren van het Vlaams Parlement, maar dat waren mensen die ook na haar afscheid uit de politiek met Marie-Rose in contact bleven en die ze in haar hart droeg.

Niemand werd uit de kerk gezet, ook Marijke Dillen niet. Wie het tegendeel beweert, liegt.

En toch schrijft Bart Brinckman dat, zwart op wit, zonder bij mij noch iemand anders te checken. Heel zijn stuk is doordesemd van het vergif en de rancune van één bron.

20:57 Gepost door Frank Vanhecke in Marie-Rose Morel, Recht van Antwoord | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

13-02-11

Een rechtvaardigheidsgevoel als een kathedraal

mr vakbond.jpg

Laat mij voor ene keer plagiaat plegen. Hieronder de tekst die zopas verscheen op de website van Rob Verreycken. Ze is interessant om meer dan een reden, maar toch niet in het minst omdat Rob een waar gebeurd verhaal brengt: hoe hij in 2004 "nieuwkomertje" Morel eerst argwanend tegemoet treedt, en pas dan - onder de indruk van feiten -bijdraait.

Marie-Rose Morel: een rechtvaardigheidsgevoel zo groot als een kathedraal

Het bericht was aangekondigd en dus verwacht. Maar toen het dan toch kwam stond de wereld stil. Want ze moest te jong gaan, te vroeg gaan, en de leegte die achterblijft is te groot…

Marie-Rose Morel wandelde mijn leven binnen in leren broek en hoge hakken toen we in 2004 allebei verkozen werden in het Vlaams parlement, op de grote sympathiegolf die Vlaanderen overspoelde na de schandalige veroordeling van het vroegere Vlaams Blok in Gent. Onze argwaan was wederzijds: als Vlaamsnationale militante hardliner uit Borgerhout had ik weinig op met Aardbeiprinsessen, en voor haar was ik het zwarte beest dat Humo en De Morgen verzonnen hadden in een mislukte wanhoopspoging om de VB-overwinning tegen te houden.

Roos4 (2).jpgHet klikte binnen de paar weken. Marie-Rose bleek een indrukwekkende persoonlijkheid, die ook op fractievergaderingen haar standpunt consequent durfde verdedigen. Ze was een overtuigde Vlaamsnationaliste, die de vrijheid van de Vlamingen voorop stelde. Ze deed om 19 uur een praatje met een minister en om 20 uur even graag een praatje met militanten aan de toog. Ze was onvermoeibaar: geen afdeling of vereniging nodigde haar tevergeefs uit. En vooral: ze had ‘het’, dat ongrijpbare ‘charisma’ dat het verschil maakt tussen een goed politicus en een toppoliticus.

Ik herinner me hoe ze voor een zaal in Schoten in haar gedreven, heldere stijl uitlegde waarom de Vlaamsnationalisten gelijk hebben en dat ik staande achterin de zaal dacht: mensen, wat een talent. Ik herinner me ook levendig hoe we samen op Voorpost-betoging trokken: ik net zoals zowat 300 andere mannen met legerlaarzen en parkajas, zij op elegante laarsjes en in een fluo-oranje skivest. Marie-Rose imiteerde niemand, Marie-Rose was Marie-Rose.

Onze samenwerking zou nog steviger worden in de Vlaams Belang-vakbondscel. Samen met de hulp van vele medewerkers en parlementsleden (Ceder, D’Haeseleer, Vissers) boden we hulp aan uitgesloten Vlaamsnationalisten en legden we de wanpraktijken van de drie monopoliebonden bloot. Ik zocht dossiers juridisch en politiek uit, Marie-Rose koos de aangewezen politieke actie en legde de journalistieke contacten. Die combinatie werkte: Met vele persartikelen en zelfs het afdwingen van een wetswijziging – tegen de fraude in de door de bonden mee bestuurde Fondsen voor Bestaanszekerheid – behaalde de vakbondscel resultaten die in het VB zelden gezien zijn.

Maar geleidelijk aan leerde ik dat Marie-Rose het eigenlijk niet daarvoor deed. Ze deed het in de eerste plaats voor de mensen, voor ‘haar’ uitgeslotenen zoals zij hen noemde. En ze deed dat vanuit een fundamenteel rechtvaardigheidsgevoel: ‘haar’ uitgeslotenen waren onrechtvaardig behandeld door de vakbonden, en dus moest die onrechtvaardigheid ook bestreden worden.

Daar ligt ook de oorzaak van vele problemen binnen Vlaams Belang. Er werden haar ten onrechte allerlei motieven toegeschreven: ijdelheid, ambitie… In werkelijkheid was haar grootste drijfveer haar grote en edele rechtvaardigheidsgevoel, zo groot als de kathedraal waarin we zaterdag afscheid van haar nemen . Onrechtvaardigheid moest hier en nu bestreden worden: bij de vakbonden, maar ook in de eigen partij; in de politieke lijn, maar ook bij de financiële uitgaven of de lijstvorming. Is dat verkeerd? Ik denk het niet. Als rechtvaardigheid niet je streefdoel is in de politiek, wat is het dan wel?

Afscheid nemen van Marie-Rose is afscheid nemen van een unieke vrouw, die nog een heel leven voor zich had. Begrijpen kan een mens zoiets niet. Men kan alleen aanvaarden, en proberen dankbaar te zijn voor de tijd die men met haar heeft mogen doorbrengen. Vaarwel, Marie-Rose, en binnenkort zingen we op het Zangfeest ook voor jou weer het oude, maar ware lied: ‘als gij morgen valt, en ik blijf alleen, kameraad, ‘k blijf trouw, en ik vecht voor twee…’ Tot rechtvaardigheid voor Vlaanderen en de Vlamingen in jouw lijn bereikt zijn. Vaarwel, Marie-Rose, rust in vrede bij die anderen die ons dierbaar waren en je zijn voorgegaan.

Rob Verreycken, 10 februari 2011

00:42 Gepost door Frank Vanhecke in Marie-Rose Morel, Recht van Antwoord | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

02-02-11

Francis Van den Eynde - een oprecht dank U, kameraad.

FVDE.jpgVorige week verscheen in het Vlaams-nationaal weekblad "'t Pallieterke" een artikel waarin de Gentse Vlaams Belang-voorman Francis Van den Eynde bijzonder onheus en bovendien grof en beledigend werd aangepakt. Eigenaardig genoeg verwijt men Francis dat hij geen afscheid kan nemen van zijn mandaten en centrale politieke positie -  eigenaardig omdat men dit doet op een ogenblik dat Francis al bijna 8 maanden geleden vrijwillig verzaakte aan een nieuw parlementair mandaat en hij bovendien in december even vrijwillig het fractieleiderschap in de Gentse gemeenteraad afstond. Sommigen hebben er echter problemen mee dat de Gentse fractie in democratische meerderheid de bekwame en trouwe Kristina Colen tot nieuwe fractieleider verkoos boven een telegeleide kandidaat van "nationaal" - kandidaat die trouwens al een flink aantal andere mandaten en verantwoordelijkheden draagt en ongetwijfeld de handen meer dan vol heeft.

Omdat ik dat stukje zo onrechtvaardig vond stuurde ik een lezersbrief naar 't Pallieterke, maar de redactie besloot deze niet te publiceren - wat uiteraard haar goed recht is en waar ik helemaal niet boos om ben. Omdat ik Francis echter heel dankbaar ben voor al wat hij de voorbije 40 jaar (en meer) voor de Vlaamse Beweging presteerde en opofferde, publiceer ik die lezersbrief dan maar op mijn bescheiden blog. Opdat Francis zou weten dat we niet allemaal grove ondankbaarheid met een heel beperkt geheugen en tomeloze persoonlijke ambitie combineren.

 

Aan 't Pallieterke

lezersbrieven

Cuperusstraat 41

2018 Antwerpen

 

 

 

 

Geachte Hoofdredacteur,

 

Graag wens ik kort te reageren op het artikel dat uw redacteur vorige week geschreven heeft over de problemen van het VB in het Gentse. Deze unilaterale aanval ad hominem tegen de persoon van Francis van den Eynde mag ik als erevoorzitter van het Vlaams Belang niet over mijn kant laten gaan. Ik reageer hierbij, niet alleen omdat Francis een persoonlijke vriend van mij is, maar omdat het artikel flagrante onwaarheden bevat en een eenzijdige belichting van de Gentse toestanden brengt.

Maar vooreerst een kleine bedenking. Francis van den Eynde heeft niet alleen twintig jaar in het Parlement gezeten én vrijwillig afstand gedaan van zijn mandaat, net zoals hij nu vrijwillig zijn fractieleiderschap in de Gentse gemeenteraad afstaat. Francis van den Eynde heeft ook tijdens de lange 'mars door de woestijn' die aan de successen voorafging, een essentiële rol gespeeld in de heropstanding van het radicale partijpolitieke én niet-partijpolitieke nationalisme. Dat hij zijn gebreken heeft, zoals iedereen, zal ik niet ontkennen. Maar vanaf de jaren zestig stond Francis op de barricaden, onbaatzuchtig. Heel wat mensen die sinds enkele jaren een karaktermoord op hem plegen - en intellectueel nog niet aan zijn enkels komen - zouden daar beter even bij stilstaan.  Mocht Francis er niet geweest zijn, het Vlaams Blok, en nadien het Vlaams Belang, had in de moeilijke en rode stad Gent nooit kunnen bloeien zoals ik het heb mogen ervaren als voorzitter. Ik was er getuige van.

Wat de huidige problemen betreft, wens ik uw lezers erop te wijzen dat deze pas zijn ontstaan nadat Francis van den Eynde, zoals ik al zei vrijwillig, zijn parlementair mandaat had afgestaan en een democratische meerderheid in de Gentse gemeenteraadsfractie zich niet wenste neer te leggen bij de oekazen van enkele door de Antwerpse gemeenteraadsfractie gestuurde apparatsjiks. Ik moet mezelf wat dat betreft jammer genoeg herhalen, bis repetita placent. Maar ik kan verder alleen bedroefd vaststellen dat de partij die ik zo graag gezien heb verder gaat op de autodestructieve weg die ze enkele jaren geleden is ingeslagen.

 

Met Vlaams-nationale groeten

 

 

Frank Vanhecke

 

 

  

FVDE 2.jpgEn dat degenen die Francis zo onheus en publiek in de pers neersabelden maar eens nadenken over de vraag of wij in Oost-Vlaanderen nog wel zoveel bekwame en populaire lijsttrekkers overhebben - over goed anderhalf jaar komen de gemeenteraadsverkiezingen eraan. Zonder Van Overmeire in Aalst, zonder Stevenheydens in Beveren, straks ook zonder Van den Eynde in Gent? Zeer onverstandig me dunkt.

09:20 Gepost door Frank Vanhecke in Recht van Antwoord | Permalink | Commentaren (8) |  Facebook |