29-04-11

Recht van antwoord verschenen in De Standaard

standaard.jpgDe krant "De Standaard " publiceert vandaag op pagina 12 mijn recht van antwoord op het beruchte Bart Brinkman-schandaalstuk van 19 februari. Na briefwisseling met de krant en overleg met mijn advocaat werd mijn stuk gevoelig ingekort, omdat de wetgeving op het recht van antwoord nogal strikt en beperkt is. Daarmee gaat natuurlijk ook een flink stuk van de argumentatie verloren. Wie meer wil weten verwijs ik graag naar de reeks "de onwaarheden van Bart Brinkman", op deze blog in 8 delen verschenen tussen 16 februari en 18 maart 2011.

Vandaag publiceert dezelfde krant trouwens ook het recht van antwoord van Wim Verreycken. Brinkman had immers beweerd dat Wim destijds het ontslag van Marie-Rose uit de partij geëist had, waar uiteraard niets van aan was, integendeel.

vb foto's 009.jpgEén en ander zet het gedane kwaad uiteraard maar een heel klein beetje recht. We kunnen alleen maar hopen dat de betrokken journalist diep in zijn hart beschaamd is over zijn vuilspuiterij over iemand die zich niet meer verdedigen kon, een week na de begrafenis van Marie-Rose. En dat hij ook beseft dat zijn eminente bron een lafaard en een leugenaar is.

Hieronder wat "De Standaard" vandaag publiceert:

 

 

 

Recht van antwoord van Frank Vanhecke en Marie-Rose Morel (+)

Het artikel 'In de ban van de People's Princess' van 19/2/2011 bevat een hele reeks fouten die volgende rechtzetting noodzakelijk maken.

Er wordt beweerd dat ondervoorzitster van het Vlaams Parlement en Dewinter-getrouwe Marijke Dillen de kerk werd uitgezet bij de begrafenis van Marie-Rose Morel.  Het klopt enkel dat er voor Marijke Dillen geen voorbehouden ereplaats was. Er waren ook geen voorbehouden plaatsen voor de duizend mensen die de kerk niet binnen raakten, noch voor de overgrote meerderheid van de 1500 mensen die wél was binnengeraakt en waarvan een groot deel moest rechtstaan. Niemand werd uit de kerk gezet.

Er wordt ook beweerd dat Marie-Rose 'behaagziek en narcistisch' was en 'alle aandacht naar zich wilde toetrekken'.  Laat mij dus één voorbeeld geven van het échte politieke leven van Marie-Rose Morel:

In de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van oktober 2006 organiseerde Marie-Rose een reeks “vrouwenavonden” om vrouwen ervan te overtuigen bij die verkiezingen op de Vlaams Belang-lijsten te staan. Naar de buitenwereld toe zorgde Marie-Rose ervoor dat het steeds leek alsof er meerdere initiatiefneemsters waren. In werkelijkheid was het Marie-Rose die àlles deed.  Maar in àlle folders, in de mooie brochure,  in de stukken voor het partijblad, zelfs in haar toespraken, in alles wat door haar verzorgd werd, plaatste Marie-Rose de anderen minstens evenveel in het zonnetje.  In ruim dertig jaar politieke bedrijvigheid heb ik haar dat NIEMAND zien nadoen.

Citaat Brinckman: "Vanhecke geeft geen krimp. Hij laat zich uitgerekend voor Christian Schellemans, toen nog de man van Morel, aan het hart opereren. De leugen spoort met de uitbuiting. Morel eist in 2007 het lijsttrekkerschap van de Senaat op, zo kan ze in heel Vlaanderen campagne voeren. Dewinter en Annemans weigeren. Uit balorigheid trekt Vanhecke dan maar zelf. Een jaar later tracht het duo de komst van Valkeniers als voorzitter af te blokken, tevergeefs."

Drie stukjes info in deze paar regels, driemaal fout. 

1) Christian Schellemans heeft mij nooit geopereerd, hij is trouwens geen chirurg.

2) Marie-Rose heeft in 2007 op geen enkel moment het lijsttrekkerschap voor de Senaat opgeëist. Marie-Rose was wél kandidaat voor het de laatste plaats op de Kamerlijst in Antwerpen, maar dat mocht niet.  Uiteindelijk aanvaardde Marie-Rose een plaats ergens onderaan "mijn" Senaatslijst. Dat is de waarheid.

3) Dat wij het voorzitterschap van Bruno Valkeniers probeerden af te blokken is fout.  Het tegendeel is waar. Het conflict met voorzitter Valkeniers dateert van veel later.

Citaat Brinckman : “Wanneer Dewinter en Annemans uiteindelijk bereid zijn om haar samen met  Marijke Dillen het ondervoorzitterschap van de partij te gunnen, schiet de basis het compromis af. Die had het ondertussen gehad met Morel.”

We schrijven oktober 2009.  Bruno Valkeniers is sinds maart 2008 voorzitter van het Vlaams Belang en werkt aan de vernieuwing van het Partijbestuur. Met een aantal medestanders probeerde ik toen Marie-Rose nog een rol in de partij te laten spelen. Ze had geen parlementsmandaat meer maar behield zoals bekend vlotte toegang tot heel wat media en beschikte over een privéblog die tot 16.000 bezoekers per dag haalde, de helft méér dan de nationale partijsite. Uiteindelijk kwam voorzitter Valkeniers met een compromisvoorstel: Marie-Rose en Marijke Dillen (reeds Vlaams Parlementslid en ondervoorzitter van het Vlaams Parlement) zouden allebei ondervoorzitter worden en aan mij werd gevraagd om mijn bevoegdheid als eindverantwoordelijke voor de externe communicatie neer te leggen.

Op 24 oktober 2009 werd het voorstel voor het nieuwe Partijbestuur voorgelegd aan de Partijraad, zeg maar het parlement van de partij, een vergadering van een 130-tal mensen waarvan er 102 aanwezig waren. Het voorstel van Valkeniers kreeg heel wat tegenwind uit zeer diverse hoeken om heel veel verschillende redenen. 18 mensen kwamen publiek tussen in het debat; slechts twéé daarvan hadden het kort over de situatie met de ondervoorzitterschappen.  Het voorstel van de Partijvoorzitter werd in geheime stemming nipt verworpen, maar niet omdat 'de basis het gehad had met Morel'.

In de weken die volgden beviel Valkeniers van een voorstel waarin Marie-Rose werd gedegradeerd tot “2de ondervoorzitter”.  Toen in de bespreking daarover letterlijk werd gezegd dat Marie-Rose zich nooit op haar futiel “2de ondervoorzitterschap” zou mogen beroepen voor wat dan ook, en zeker niet om politieke verklaringen  af te leggen, hield ze het voor bekeken en bedankte feestelijk voor de eer. "De basis” heeft ondervoorzitter Morel dus niet afgeschoten. De “basis” kon enkel spreken tijdens verkiezingen – in het geheim van het stemhokje. Bijvoorbeeld bij de Europese verkiezingen juni 2009:  Marie-Rose Morel 108.629 stemmen.  Nooit eerder haalde een vrouw bij het Vlaams Belang zoveel voorkeurstemmen als Marie-Rose Morel, en dat vanop een onderste plaats op de lijst.

Citaat Brinckman: “Want het moet gezegd, inhoudelijk brak Morel bij die partij nooit potten. In de media gaf ze de indruk dat ze het zachtere imago van het Vlaams Belang wilde verpersoonlijken. De televisiecamera was daarbij haar beste vriend. Maar intern deed ze er het zwijgen toe. Meer zelfs, toen Bruno Valkeniers eind 2009 voor zijn partij een visietekst lanceerde die absoluut brak met de vuilgebekte lijn van Dewinter en bijgevolg Morel als muziek in de oren moest klinken, brandde ze de voorzitter onverbiddelijk af. Uiteindelijk moest Valkeniers zich schikken naar Dewinter en Annemans.”

De chronologie van gebeurtenissen wordt hier foutief omgedraaid.  De zogenaamde “visietekst” van Bruno Valkeniers dateert van november 2009 en werd toen gelijktijdig voorgesteld met dat nieuwe Partijbestuur waartoe Marie-Rose Morel niet meer behoorde. Hoe had Marie-Rose dus een “visietekst” kunnen steunen op een ogenblik dat ze al was buitengewerkt?

Ook de bewering dat Marie-Rose inhoudelijk nooit potten brak en er zelfs intern het zwijgen toe deed, is absurd. Ik heb héél andere herinneringen aan talrijke vergaderingen van het Partijbestuur waar Marie-Rose met open vizier haar mening verkondigde.

Citaat: ' Vier jaar geleden vergeleek De Standaard Morel voor het eerst met Yoko Ono…'

Het is volgens mij noodzakelijk erop te wijzen dat de journalist die dit schrijft  hier eigenlijk zichzelf als gezagsargument citeert. Merkwaardig.

Citaat: ' Ze aast vervolgens op het zitje van Eric Deleu, nog een (nu voormalige) boezemvriend van Vanhecke, in de raad van bestuur van de VRT.  Alle middelen zijn goed om de reclameman zwart te maken, inclusief de publicatie van zogeheten financiële malversaties - die als ze al hebben plaatsgevonden, onder de verantwoordelijkheid van Vanhecke vielen - en de beschuldiging van kunstdiefstal.' 

De waarheid is dat het Partijbestuur van Vlaams Belang gevraagd werd op 26 maart 2007 een nota goed te keuren over de toewijzing van een politiek advertentiebudget, voor een totaal bedrag van 251.147 euro. Marie-Rose deed toen wat ze eerder ook al voor andere bestellingen had gedaan: prijzen navragen en vergelijken.  Zij kwam tot de conclusie dat de partij teveel geld betaalde voor de geleverde prestaties en liet me dit weten waarna ik onmiddellijk de maatregelen nam die zich opdrongen. Uiteindelijk werden dezelfde advertenties geplaatst voor zo’n 50.000 euro minder

Bij de nieuwe samenstelling van de raad van bestuur van de VRT waren zeer velen van mening dat zij de geschikte vrouw was om onze partij opvallend in de raad van bestuur van de VRT te vertegenwoordigen. Haar kandidatuur (op mijn vraag trouwens, omdat ik het absurd vond een onmiskenbaar politiek talent voor de partij te laten verloren gaan) werd door de partijtop gekelderd.

Marie-Rose overleed bijna drie maanden geleden. Haar boeken stonden wekenlang op 1 én 2 van de bestsellerslijsten in Vlaanderen. Meer dan dertigduizend mensen stuurden mij brieven om hun medeleven uit te drukken. Ik zwijg over de mails die ik onmogelijk allemaal kan beantwoorden.

Maar in de 3 volle krantenbladzijden van dit artikel slaagde men er niet in ook maar één iets positief over haar te schrijven.  Dat is an sich al een zware fout.  Van Marie-Rose onthouden we voor altijd haar onvermoeibare inzet voor onze zaak, haar vrolijkheid, haar intelligentie, haar menselijkheid, haar grote moed, haar vriendschap en haar liefde. Het tegendeel van wat uw krant laat uitschijnen.

Frank Vanhecke  

12:26 Gepost door Frank Vanhecke in Marie-Rose Morel, Recht van Antwoord | Permalink | Commentaren (10) |  Facebook |

26-04-11

We zijn terug!

vb foto's 013.jpgHet Paasreces is voorbij. We maakten veel plannen, troffen veel voorbereidingen en ontmoetten heel wat oude vrienden. En ook een paar nieuwe.

Vanaf nu ook terug regelmatige bijdragen op deze blog. En om te starten deze foto "uit de oude doos", 2004. Tot morgen!

14:42 Gepost door Frank Vanhecke in Actualiteit | Permalink | Commentaren (24) |  Facebook |

08-04-11

Marie-Rose, al twee maanden.


8 april. Het is al twee maanden geleden dat Marie-Rose overleed, en drie maanden geleden dat we in Brugge trouwden. Ik ben alle mensen dankbaar die heden nog even aan haar dachten.

Toevallig vandaag kreeg ik van de Standaard-uitgeverij de afrekening over haar auteursrechten 2010 - een groot bedrag dat rechtstreeks aan de Vlaamse Liga tegen Kanker wordt overgemaakt. Roos mag er trots op zijn, ik ben het in elk geval in haar plaats. En volgend jaar wordt dat bedrag ongetwijfeld verveelvoudigd. Van "Leve het Leven!" zijn inmiddels ruim 20.000 exemplaren verkocht, van "Geloof, Hoop en Liefde" al bijna 43.000 - nieuwe cijfers van vandaag.

Om dat een beetje te vieren, en vooral om aan haar te denken, twee voor mij heel ontroerende foto's uit het familiealbum. De eerste foto dateert van het Kerstfeest 2010, bij haar zus Ann-Marie. Marie-Rose  schrijft over die avond op pagina 52 van "Geloof, Hoop en Liefde". De tweede foto is enkele dagen later bij haar ouders thuis - die avond is ze erg ziek en moeten we zelfs 's nachts nog bij de apotheek morfine halen omdat de hoofdpijn zo ondraaglijk wordt. We weten op dat ogenblik nog niet dat haar hersenvlies door kanker aangetast is. Toch blijft ze zo lang mogelijk bij ons, genietend van de kinderen en vooral van de eerste echt-zelf-gelezen nieuwjaarsbrief van haar oudste. Apetrots was ze. En ze zorgde ervoor dat de kinderen nauwelijks iets merkten van haar zorgen en pijn.

trouw 121.JPGtrouw 137.JPG

18:40 Gepost door Frank Vanhecke in Marie-Rose Morel | Permalink | Commentaren (18) |  Facebook |

05-04-11

Nieuwe foto's Roos - 3

Tweede dag van de "Straatsburgweek", plenaire zitting van het Europees Parlement. Deze ochtend had ik wat spreektijd in het debat over de Europese Top van tien dagen geleden en straks stemmen we o.m. over migratiestromen en geweld tegen vrouwen. Stel U daar allemaal niet te veel van voor. Die rapporten stellen dikwijls goede vragen, maar in het beschikkende gedeelte bulkt het van de nietszeggende politieke correctheid. Een voorbeeld: in het 23 dichtbedrukte bladzijden tellende verslag over het "EU-beleidskader voor de bestrijding van geweld tegen vrouwen" komt niet één keer het woord "Islam" voor. Taboe. Taboe dat enkel doorbroken wordt door enkele niet-politiek correcte parlementsleden waaronder uw dienaar en collega Philip Claeys. Een gelegenheid om opnieuw enkele weinig bekende foto's van Marie-Rose op het net te plaatsen. De eerste foto, Marie-Rose en mezelf bij het ontbijt op de cruiseboot, november 2010. De tweede, Marie-Rose met Philip Claeys, als ik me niet vergis eind 2007 of begin 2008.

En tussen haakjes: ik heb inmiddels ondervonden dat bekwame vrouwen het in de politiek ook niet gemakkelijk hebben en dat nogal wat mannen (ook mannen die het anders - en terecht - vol afschuw hebben over de minderwaardige rol van de vrouw in de islamitische wereld) het lastig hebben met de concrete toepassing van de gelijkwaardigheid van man en vrouw in hun eigen wereldje. Maar dat is een ander verhaal...

IMG_0150.JPGvb foto's 048.jpg

11:09 Gepost door Frank Vanhecke in Actualiteit, Europa, Marie-Rose Morel | Permalink | Commentaren (10) |  Facebook |

04-04-11

"Le Camp des Saints" - boekbespreking

lamp.jpgStraatsburg, plenaire zittingsweek van het Europees Parlement. Straks is er een kort debat over de situatie op het Italiaanse eiland Lampedusa, overspoeld door Afrikaanse vluchtelingen en gelukzoekers. Ik kom daar morgen tijdens de stemmingen ook over tussen. Het is een situatie die onvermijdelijk doet denken aan het in 1973 verschenen boek "Le Camp des Saints" van Jean Raspail. Ik las het halfweg de jaren '70 en het maakte op mij een onuitwisbare indruk, als een mokerslag. De voorbije dertig jaar heb ik het meerdere malen graag herlezen. Koen Dillen schreef onderstaande boekbespreking van dit pas heruitgegeven meesterwerk (waarvan jammer genoeg geen Nederlandse vertaling bestaat). Warm aanbevolen, deze bespreking. En uiteraard ook en boven alles het boek zelf. Haast U het aan te schaffen én te lezen vooraleer het door de gedachtenpolitie op de index geplaatst wordt.

 

Jean Raspail en Le Camp des Saints

 

‘Le temps des mille ans s’achève. Voilà que sortent les nations qui sont aux quatre coins de la terre et qui égalent en nombre le sable de la mer. Elles partiront en expédition sur la surface de la terre, elles investiront le camp des Saints et la Ville bien-aimée.’

Apocalypse, XXe chant

 

De Franse linkerzijde is ongerust. De heruitgave van Le Camp des Saints van Jean Raspail kent een onverklaarbaar succes. Zonder publiciteit op radio of televisie, met slechts enkele besprekingen, in Valeurs actuelles, Le Figaro en Figaro Magazine, kroop de achtendertig jaar oude roman op enkele weken tijd naar de top van de best verkopende fictieboeken in Frankrijk. Uitgebracht op 5000 exemplaren op 3 februari jl., kende het boek sindsdien al zeven herdrukken. 40.000 exemplaren gingen op enkele weken tijd over de toonbank. Dat is enorm voor een heruitgave na zoveel jaar. Zeker voor een roman waarvan een pocketeditie bestaat. De laatste editie dateerde uit 1985. Het boek verscheen voor de eerste keer in 1973, steeds bij dezelfde uitgeverij, het statige Robert Laffont, dat naast Raspail tevens Eliette Abecassis, Georges-Marc Benamou, Dino Buzatti, Martin Walser en Carlos Luis Zafon in zin catalogus heeft, om maar enkele bekende namen te noemen.

camp_des_saints_edition_originale-2-9d3de.jpg 

Fictie werd werkelijkheid

 

Le Camp des Saints is een parabel van wat de blanke man vandaag ondergaat. De roman beschrijft hoe een vloot van honderd schepen met een miljoen vluchtelingen de Ganges in Indië verlaat en vreedzaam op de Azurenkust afstevent. De vloot die schipbreuk lijdt, is de voorhoede van de Derde Wereld die een beter bestaan zoekt in het rijke Westen. Zonder geweld te gebruiken, door zijn ellende te tonen, door beroep te doen op het medelijden van de Europeanen. Dat verhaal vertelt en beschrijft Jean Raspail. Hij toont hoe op alle maatschappelijke niveaus gereageerd en gecapituleerd wordt onder druk van het wereldgeweten. Hij beschrijft ook – symbolisch, want alles is symbolisch in deze toekomstfictie - hoe een kleine groep mensen, het Dorp - ‘le Village’ – onder leiding van de oude professor literatuur Calguès besluit zich te verzetten en de vloot met belachelijke middelen, maar met geweld, tegen te houden. Honderd verzetslui tegen een miljoen immigranten. De strijd is hopeloos, maar ze voeren hem. Tussen hen zit de eigenaar van een bordeel. Tussen hen zit ook een overgelopen minister die wil dat alles legaal gebeurt en die ervoor zorgt dat eerst de antiracismewet wordt opgeheven. Tussen hen zit ook een zwarte Pondichéry, de vroegere hoofdstad van Frans-Indië, die zich wil opofferen om de Europese beschaving te beschermen, “want blank zijn heeft niets met huidskleur maar met een geestesgesteldheid te maken.” Na twee dagen van verzet bombardeert het Frans leger de rebellen. Parijs heeft beslist de vluchtelingen binnen te laten. Frankrijk capituleert voor de massa en de miserie.

Dit is slechts een beknopte en onvolledige samenvatting van Le Camp des Saints, maar iedereen begrijpt dat Raspail met deze toekomstroman geen politiek correct verhaal schreef. Alleen liet de vrije meningsuiting zulks nog toe in 1973, alvorens de religie en de hysterie van het antiracisme bezit namen van onze westerse cultuur. Raspail onderging scherpe kritiek, onder meer vanwege de marxistische le Monde Diplomatique, maar hij kreeg nog veel meer lof toegezwaaid, en niet van de minsten. Thierry Maulnier, Michel Déon en Jean Dutourd, drie vooraanstaande leden van de Académie française,  hadden alleen maar ontzag voor de prestatie van Raspail. Jean Cau, gewezen privésecretaris van Jean-Paul Sartre, en tijdens zijn leven van links naar rechts geëvolueerd nadat hij de prestigieuze Goncourt won voor zijn roman  La pitié de Dieu, vroeg zich af of Jean Raspail een romancier dan wel de ‘historicus van onze toekomst’ was. En de linkse en pacifistische romancier Bernard Clavel, geschokt door zijn lectuur,  becommentarieerde Le Camp des Saints als volgt: ‘A la fois bouleversant et révoltant, ce livré dont nous pouvons craindre qu’il ne soit prophétique…’

Dat was dertig jaar geleden. Sinds 1973 kende Le Camp des Saints heel wat vertalingen. Naar het Duits, het Engels, het Spaans, het Portugees, het Italiaans en zelfs naar het Afrikaans. Raspail vermeldt ook een vertaling naar het Nederlands, maar vergist zich. Die vertaling kwam er uiteindelijk niet. Ik weet het wel. Lange tijd was er sprake van een Nederlandse vertaling. Ik ken de schitterende literaire vertaler die zich eraan gewaagd heeft. Het project eindigde in een doodlopend straatje na discussies over auteursrechten met de uitgeverij, als ik me niet vergis. Een spijtige zaak. In Amerika lazen Ronald Reagan en Samuel Huntington de roman. The camp of the Saints kende er een immens succes. Geen Amerikaan die racistische graten in de intrige ontwaarde. Jeffrey Hart, hoogleraar in Princeton en een bekend columnist begreep maar al te goed de boodschap van de auteur: “Raspail is not writing about race, he is writing about civilization.”

 

Een ‘racistische roman’

 

Anno 2011, en gelet op het onverklaarbare succes van Le Camp des Saints, menen ‘the usual suspects’ echter een proces tegen dit literaire meesterwerk en zijn auteur te moeten aanspannen. Ik noem Daniel Schneidermann van de krant Libération en Jérôme Garcin en Aude Lancelin van het weekblad Le Nouvel Observateur.

De eerste legde op 7 maart jl. in een editoriaal getiteld ‘Appeler les racistes les racistes’ een verband tussen literatuur en politiek. Voor Schneiderman waren het applaus in het Parlement van dignitarissen van de regeringspartij UMP voor de wegens ‘racisme’ veroordeelde joodse journalist Eric Zemmour en het succes van Raspails Le Camp des Saints blijkbaar maatschappelijke fenomenen van dezelfde orde. Enerzijds Zemmour die op televisie had verklaard dat de meeste drugdealers van allochtone afkomst waren en daar in eerste aanleg voor veroordeeld werd. Anderzijds de romancier Jean Raspail die op literaire wijze het probleem formuleert van de invasie van Europa door de Derde Wereld - dixit Valéry Giscard d’Estaing in een interview met Figaro Magazine  enkele jaren geleden - en daarbij – dichterlijke vrijheid !! – brutale beeldspraak gebruikt en dus een ‘racist’ is, aldus Daniel Schneidermann die de literaire kwaliteiten van het werk ruimschoots erkent (‘sa perverse puissance d’évocation’…‘littérairement intéressant…sociologiquement, historiquement intéressant’), maar wel voorstelt om op alle exemplaren in de boekhandels een waarschuwing te plaatsen: ‘opgepast, racistische inhoud’. Ach, waarom niet, misschien verkoopt het boek dan nog beter dan vandaag het geval is.

Jérôme Garcin probeert het succes van Le Camp des Saints dan weer te verklaren door de opkomst van het Front national en de doorbraak in de opiniepeilingen van Marine Le Pen. Enig bewijs voert hij daarvoor niet aan. Het is maar een suggestie. Zijn collega Aude Lancelin gaat evenwel verder. Voor deze filosofe en literaire critica, toevallig geboren in 1973 het jaar dat Raspails meesterwerk verscheen en die ik al veel zinnigere analyses heb weten maken, zitten we met de inhoud van Le Camp des Saints, door de beeldspraak en de metaforen die erin voorkomen, zowaar midden in het fascisme. Tja, van het racisme naar het fascisme is het natuurlijk maar een kleine stap. Waarbij ik me afvraag of we met de weinig subtiele verwijzing naar de ‘kindsheid’ die in de fierheid zou schuilen waarmee Raspail een voorwoord voor zijn boek schreef, ook niet ‘midden in het fascisme’ belanden. Raspail is inmiddels 86 jaar oud, jonger dan de elders door Aude Lancelin – en door mij – bewonderde bestsellerauteur Stéphane Hessel, de schrijver van het pamflet Indignez-vouz die ons vrijdag 21 januari in de Frankfurter Allgemeine Zeitung voorhield dat de Duitse bezetting van Frankrijk qua brutaliteit zeker niet moest onderdoen voor de Israëlische bezetting van Palestina. Wat zou ze niet schrijven mochten we de fiere Hessel morgen enig ‘gâtisme’ aanwrijven!

Neen, dames en heren procureurs van de linkse pers, nijdig omwille van het succes, Le Camp des Saints is géén ‘racistische roman’, zoals u beweert. De groteske vergelijking met het antisemitisch pamflet Bagatelles pour un massacre van Louis-Ferdinand Céline discrediteert heel de kritiek van Lancelin in Le Nouvel Observateur. Mochten Aude Lancelin en Daniel Schneidermann de moeite genomen hebben om er het voorwoord bij de uitgave van 1985 op na te lezen, ze hadden kunnen vaststellen hoe Raspail uitlegt dat hij net voor een vloot van de Ganges kiest en niet van de Maghreb om elke steriele discussie over racisme en antiracisme te vermijden (‘…ma répulsion à illustrer au risque de les envenimer des tensions raciales déjà perceptibles mais pour le moment hors du sujet.’) .

‘Das Heerlager der Heiligen ist kein rassistisches Buch’ merkt Jürg Altwegg van de Frankfurter Allgemeine Zeitung terecht op in de lange en indrukwekkende  analyse die hij van de roman maakt (‘Das Ende der europäischen Welt’, 25 februari 2011). De Duitser Altwegg lijkt ook de rest van het immense oeuvre van Jean Raspail te kennen en verwijst naar het eerbetoon dat de schrijver in verschillende van zijn boeken aan vreemde en grotendeels verdwenen culturen en volkeren bracht. Ik geef u één voorbeeld: Qui se souvient des hommes uit 1986, over het overleven en mettertijd verdwijnen van de cultuur van de Alakalouf-indianen in het zuiden van Chili is misschien wel een van de grootste antiracistische werken uit de wereldliteratuur. De roman kreeg de Prix Chateaubriand, Jean Raspail was te gast bij Bernard Pivot in diens befaamde boekenprogramma Apostrophes en Qui se souvient des hommes werd een bestseller. Wat een dwaasheid om deze grote auteur vandaag van vreemdelingenhaat te verdenken !

 

‘Big Other’

 

Maar de profetie waarover Clavel het had, die van de overspoeling van Europa door de Derde Wereld, is uitgekomen, schrijft Jean Raspail in de lange inleiding ‘Big Other’ die hij opgesteld heeft voor de nieuwe uitgave van zijn roman. In ‘Big Other’ vertelt Jean Raspail de geschiedenis van Le Camp des Saints. Hij beschrijft, zonder het briefgeheim te onthullen, hoe hij beleefde antwoorden kreeg van socialistische personaliteiten als François Mitterrand, Lionel Jospin, Jean-Pierre Chevènement en Robert Badinter naar wie hij zijn roman in 1973 had gestuurd. Hij vertelt ook hoe de gewezen hoofdredacteur van de socialistische krant Le Matin de Paris Max Gallo hem zwaar had aangevallen. Max Gallo is een bestsellerauteur die ook door Robert Laffont werd uitgegeven en die in 1981 een tijdje woordvoerder werd van de socialistische regering-Mauroy. Max Gallo herzag mening over Le Camp des Saints. Toen Raspail in 2006 van de schrijver diens laatste roman Les Fanatiques toegestuurd kreeg, stond er een korte opdracht in: ‘Pour Jean Raspail, qui a eu le don de la prophétie. En amitié.’

Onder de noemer ‘Big Other’ schuilt de falanx die de sluizen heeft opengezet. ‘Big Other’ zoals Big Brother. De meute die de sluizen heeft opengezet en die elk verzet in de kiem probeert te smoren. De media, de showbizz, de mensenrechtenverenigingen, de vakbonden, de bisschoppen, de oecumene etc. Kortom, het ‘Centrum’, zoals wij in Vlaanderen zouden zeggen. Raspail weet er iets van. Zijn roman verscheen in 1973 onder het presidentschap van Georges Pompidou. Een jaar eerder, in 1972 werd bij unanimiteit de eerste antiracistische wetgeving in het Frans parlement gestemd, de wet Pléven. De verjaringstermijn voor opiniedelicten bedroeg toen drie maanden. Dat veranderde allemaal sindsdien. We kunnen het ons niet meer voorstellen. In 1973 echter nam niemand aanstoot aan een roman die bij een gerespecteerde uitgeverij verscheen en lovende besprekingen oogstte. Le Camp des Saints ontsnapte aan het oog van de procureurs.

Vandaag zou alles anders verlopen, schrijft Jean Raspail in ‘Big Other’. Er zijn nieuwe antiracismewetten gekomen die het arsenaal van wapens waarmee de overheid opiniedelicten kan vervolgen enorm hebben versterkt. De wet Gayssot van 1990, de wet Lellouche van 2001, de wet Perben van 2004. Raspail heeft het aan twee eminente advocaten gevraagd. Ze zijn formeel. Vandaag zou een publicatie als Le Camp des Saints verboden worden. Of toch ten minste gezuiverd worden van talloze passages die strijdig zijn met de vigerende muilkorfwetten. Op blz. 391 en 393 somt de schrijver ze allemaal op. Haast u er naartoe als u geen tijd heeft om de hele intrige te doorworstelen.

De tijden zijn veranderd. Raspail is pessimistisch. Over enkele decennia, rond 2050, zullen de Fransen een minderheid vormen in eigen land. Zoals de Vlamingen, de Britten, de Duitsers, de Spanjaarden… Hij zal dan al lang dood zijn, maar het Frankrijk waar Raspail geboren werd en opgroeide, bestaat dan niet meer. Maar de auteur van Le Camp des Saints wil geen oplossingen bieden, schreef hij al in het voorwoord voor de uitgave van 1985, de uitgave die ik kocht en voor de eerste keer las toen ik student was, nu ook al weer 25 jaar geleden. ‘Ik ben romancier, houdt Raspail ons voor, ik heb geen oplossingen aan te bieden.’ Is dat pessimisme van Raspail? Ik denk het wel. Want het Westen heeft geen ziel meer, schreef hij al in 1985. Twee scenario’s tekenen zich af, het ene al waarschijnlijker dan het andere. Misschien, aldus de auteur, blijven er haarden met autochtonen over, wat men in de wetenschappelijke etnologie des isolats noemt, van zo een twintig miljoen Fransen die de Franse taal spreken en zich nog bewust zullen zijn van de cultuur en geschiedenis zoals ze vroeger werd overgedragen. Het zullen minderheden in eigen land worden. Maar als die haarden ook in de andere Europese landen bestaan, en Jean Raspail verwijst niet toevallig naar Denemarken, Vlaanderen (hij schrijft België), Italië, Zwitserland en Nederland, dan kunnen die, en dat is de tweede hypothese . samen een reconquista inzetten. Raspail lijkt daar niet in te geloven. Maar iemand na hem kan er wel een roman over schrijven, suggereert hij op het einde van zijn voorwoord.

Voor mij liggen de drie uitgaven van Le Camp des Saints. De eerste is de mooie uitgave van vandaag, met het nieuwe voorwoord ‘Big Other’ van 37 blz. De mensen die de roman al in hun bezit hebben raad ik aan snel naar de boekhandel te lopen, al was het maar voor deze ‘Big Other’. De tweede uitgave dateert van 1985, jeugdsentiment voor mij. De derde is die van 1973. Het exemplaar voor mij haal ik uit de bibliotheek van mijn vader Karel Dillen. Hij kocht het op een boekenbeurs in Brussel, in maart 1973, toen het pas verschenen was, of hij kreeg het als recensie-exemplaar voor ’t Pallieterke. Ik weet het niet. Op de witte bladzijde na de titelpagina, vind ik de handgeschreven opdracht van Raspail aan mijn vader: “A Monsieur Karel Dillen, du camp de ceux qui comprennent… en très sympathique hommage. Jean Raspail, Bruxelles, 17 mars 1973.”

 

MRKoen.JPGKoen Dillen

( De auteur hier met Marie-Rose, november 2010, na de diagnose van de hersentumoren - haar vrienden teneergeslagen, Marie-Rose zoals altijd degene die ons moed inpompte en vrolijk hield.)

19:25 Gepost door Frank Vanhecke in Actualiteit | Permalink | Commentaren (8) |  Facebook |

01-04-11

Nieuwe foto's Roos - 2

geloof.jpgZopas bericht gekregen van de vriendelijke mensen van De Standaard Uitgeverij. De beide boeken van Marie-Rose staan voor de derde opeenvolgende week op nummers 1 én 2 van de verkoopscijfers. Heel binnenkort verschijn de zevende (!) herdruk van "Leve het leven!" en ook reeds de vierde herdruk (in drie weken tijd) van "Geloof, Hoop en Liefde".

Een heel grote dank aan iedereen die meehelpt om de boeken van Marie-Rose te verspreiden!

En om het toch een beetje vieren - want ik ben niet weinig trots op haar - hieronder weer enkele weinig bekende foto's. Deze dateren van een actie in oktober 2007. Op initiatief van Voorpost betogen enkele honderden Vlamingen in de faciliteitengemeente Sint-Genesius-Rode voor de splitsing van BHV. Nadien trekken we naar Eigenbrakel, waar het monument de Leeuw van Waterloo zich bevindt. Het is de bedoeling daar symbolisch de leeuwenvlag te laten wapperen. Aan de grens met Wallonië stoten we echter op een sterk cordon oproerpolitie, en even dreigt het uit de hand te lopen. De onderhandelende politieofficier én de burgemeester van Eigenbrakel (Braine l'Alleud) laten uiteindelijk Marie-Rose toe om er parmantig  toch de leeuwenvlag te planten - in ruil weliswaar...voor een zedig zoentje op de wang. Geen incidenten, geen vechtpartijen, geen aanhoudingen - een beetje redelijkheid en menselijkheid van alle kanten én niet te vergeten, de charme van Marie-Rose. Hoe schreef iemand dat ook al weer? "Ze kon het behang van de muren charmeren". Het Rtbf-journaal opende er 's avonds het nieuws mee en sprak er schande over - nog steeds een hit op Youtube. Och, als ik daar allemaal aan terugdenk en dan vergelijk met wat die zielige zuurpruim van een Brinckman over Marie-Rose schrijft...

In elk geval, hartelijk aangeboden, en dank aan de fotograaf.

vb foto's 122.jpgvb foto's 125.jpgvb foto's 128.jpgvb foto's 129.jpg

16:57 Gepost door Frank Vanhecke in Marie-Rose Morel | Permalink | Commentaren (17) |  Facebook |