21-02-11

De onwaarheden van Bart Brinckman / deel 1

In "De Standaard" van 19 februari verscheen over verschillende pagina's "In de ban van de People's Princess", een stuk van Bart Brinckman over de politieke rol van Marie-Rose Morel. Het stuk is een kwaliteitskrant compleet onwaardig en staat bol van fouten. Op geen enkel ogenblik werd welke bewering dan ook gecheckt door de journalist. Drie pagina's over mij en Marie-Rose Morel - maar op geen enkel moment vond Bart Brinckman het nodig naar mijn versie van de feiten te vragen. Een week na de begrafenis van Marie-Rose vind ik dit bijzonder schokkend, zowel menselijk als journalistiek-deontologisch. De komende dagen breng ik een overzicht van de meest schokkende onzin van Bart Brinckman. Telkens een citaat en daarna mijn commentaar. Vandaag deel 1.

pinoccio.jpgCitaat van Brinckman: "Ondervoorzitster van het Vlaams Parlement en Dewinter-getrouwe Marijke Dillen werd zelfs de kerk uitgezet".

Vooreerst dit: ik heb in de jaren 1989 tot 1994 als nauwste medewerker van Karel Dillen in totaal met hem ongetwijfeld een honderdtal begrafenissen bijgewoond. Karel was toen partijvoorzitter én in de Vlaamse Beweging geliefd en geëerd. In al die tijd heeft hij niet één keer om een voorbehouden of ereplaats gevraagd, hij ging integendeel altijd ergens diskreet achteraan zitten. Protocol was aan hem niet besteed. Daarna ben ik twaalf jaar zelf voorzitter geweest van de grootste partij van Vlaanderen; ook ik heb op begrafenissen nooit om een voorbehouden plaats gebedeld.

Het klopt dat er voor Marijke Dillen geen voorbehouden plaats was. Er waren ook geen voorbehouden plaatsen voor de duizend mensen die de kerk niet binnen raakten, noch voor de overgrote meerderheid van de 1500 mensen die wél was binnengeraakt en waarvan een groot deel moest rechtstaan. Er waren slechts een paar tientallen voorbehouden plaatsen: voor de familie, voor de sprekers, voor kindjes en juffen uit de school van Alexander en Marnix, voor enkele zeer goede persoonlijke vrienden en voor mensen die Marie-Rose de voorbije zware maanden hebben bijgestaan. Ik heb inderdaad de avond voor de begrafenis van de protocoldienst van het Vlaams Parlement een vraag ontvangen om voor "ondervoorzitster Marijke Dillen" een ereplaats te reserveren. Ik heb daar vriendelijk op geantwoord dat zij welkom was tussen het volk maar dat ik dit niet wenste te doen. In alle eerlijkheid voeg ik daar aan toe dat ik wel plaats reserveerde voor twee ambtenaren van het Vlaams Parlement, maar dat waren mensen die ook na haar afscheid uit de politiek met Marie-Rose in contact bleven en die ze in haar hart droeg.

Niemand werd uit de kerk gezet, ook Marijke Dillen niet. Wie het tegendeel beweert, liegt.

En toch schrijft Bart Brinckman dat, zwart op wit, zonder bij mij noch iemand anders te checken. Heel zijn stuk is doordesemd van het vergif en de rancune van één bron.

20:57 Gepost door Frank Vanhecke in Marie-Rose Morel, Recht van Antwoord | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

Tja, ik heb het hier al gezegd, het probleem ligt bij Brinckman! Die man mankeert iets. Die wil in het nieuws...en als men zelf niet veel te bieden heeft kan dat alleen door mensen op stang te jagen.
Conclusie: zwijgen over die man. Doodzwijgen en negeren. De dag van vandaag hebben we trouwens hatelijke venten zat.
Met vriendelijke groet,

Gepost door: Ida | 25-02-11

De commentaren zijn gesloten.